E-Book, Dutch, Flemish, 369 Seiten
Meyer #Verliefd
1. Auflage 2026
ISBN: 978-88-354-8486-8
Verlag: Tektime
Format: EPUB
Kopierschutz: Adobe DRM (»Systemvoraussetzungen)
Ze Wilde Een Nieuw Begin En Vond Ware Liefde
E-Book, Dutch, Flemish, 369 Seiten
ISBN: 978-88-354-8486-8
Verlag: Tektime
Format: EPUB
Kopierschutz: Adobe DRM (»Systemvoraussetzungen)
Verliefd. Definitie: Verliefd zijn op iemand. Vol zijn met liefde volle gevoelens voor iemand.
Wat Pedro's verliefdheid betekent voor Tati, of wat Tati betekent voor Pedro? Na een teleurstellende liefde verlaat Tati het platteland van São Paulo en verhuist naar een nieuwe stad op zoek naar een nieuwe toekomst. In de nieuwe stad gaat ze werken bij een groot reclamebureau tezamen met Pedro, een jongen op wie ze in haar jeugd verliefd was en de laatste persoon die ze na zoveel jaren verwachtte te zien. In haar nieuwe werk krijgt ze de uitdaging om een maand lang de dating app van een nieuwe client te testen en een reclamecampagne daarvoor te maken. Wat ze niet had verwacht was te worden verrast door liefde.
Weitere Infos & Material
03
Huidige status: Een klap van het verleden... en wat voor een verleden!
#vertreknieuwhuis#vriendinnen#verrassing#beterdanchocola
Een klein stadje voor de grote hoofdstad verlaten is vrij intimiderend. Na een autorit van ongeveer een half uur en een vlucht van ruim een uur, merk ik op het vliegveld al de verandering van sfeer. Ondanks dat het al avond aan het worden is zijn mensen nog overal druk bezig. Haastend met hun bagage door de aankomsthal, alsof ze geen minuut te verliezen hebben. Verschillende accenten en dialecten mengen als een muzikaal ritme en de herkenbare sis van de ‘S’, waarmee de mensen geboren en getogen in Rio de Janeiro spreken, is net zo herkenbaar als mijn rollende ‘R’.
Mijn hart klopt sneller van opwinding en spanning en ik trek mijn koffer, gestapeld met de kleine handbagagetassen achter me aan richting de taxistandplaats. Er staat een lange rij, wat voor mij verrassend is want bij ons in de stad gebruiken we bijna nooit de taxi. Lane wilde dat ik een carpoolauto zou bellen, maar ik antwoordde dat ik nogal ouderwets ben en niet eens zo’n app op mijn telefoon heb. Zoals ik al zei, we gaan bij ons in de stad bijna nooit met de taxi, laat staan carpoolen. Ik heb ooit geprobeerd de app te installeren en toen ik zag dat er bij ons in de stad maar één carpoolauto was, had ik de app gelijk weer verwijderd.
Ik loop richting de laatste persoon in de rij wanneer ik hoor dat ik een bericht op mijn telefoon heb. Ik pak hem uit mijn broekzak en kijk erop:
Je hebt 1 nieuw bericht
Van: Miss Little Bucket
Aan: Tati Pires
Cat, ik zit op je te wachten en heb pizza besteld. Er is ook nog een verrassing voor je. :P
Ik moet glimlachen wanneer ik de naam in het bericht herken. Miss Little Bucket. Ik noem haar al zo sinds de universiteit. We hadden een aantal gezamenlijke lessen en tijdens een van die lessen was er een enorm irritante meid. Ze was iemand die dacht dat ze beter was dan alle anderen, en ze bedacht woorden om zaken te beschrijven. Alsof het iets van haar was om te benoemen, weet je wel. En toen op een dag maakte ze de volgende opmerking: Mijn hart is zo vol liefde dat het overstroomt. Lane, een beetje de grapjas onder ons, kon zich niet weerhouden om in een heldere en duidelijke stem tegen mij te zeggen dat die irritante meid een emmer nodig had om die overstromende liefde op te vangen. Natuurlijk barstte de hele klas in lachen uit en ze haatte ons vanaf dat moment tot in de eeuwigheid.
Ik hoop dat haar verrassing chocola is, want ik ben vrij gestrest en alleen een mueslireep zal niet helpen.
Van: Tati Pires
Aan: Miss Little Bucket
Het kan maar beter een chocolade verrassing zijn, anders doe ik je iets aan. Ik sta
in de rij van de taxi’s, hij is enorm :/
Van: Miss Little Bucket
Aan: Tati Pires
Het is lekkerder dan chocolade. PROBEER HET MAAR
Ik doe mijn telefoon in mijn tas en langzaam beweegt de rij, en uiteindelijk ben ik aan de beurt. Ik geef het adres van het gebouw waar mijn nieuwe huis zich bevindt en ik leun achteruit op de bank van de taxi. Ik ben doodmoe, stoffig en klef van de hitte. Terwijl de taxi door de straten van de stad navigeert steek ik mijn blonde haar op en voel de frisse bries van de airconditioning.
Volgens Lane duurt de rit van het vliegveld naar het huis maar een kwartiertje en het uitzicht is geweldig. Het is lang geleden dat ik hier ben geweest. Mijn laatste bezoek hier was toen ik nog op school zat. André kon niet mee - hij had zijn voet gebroken - en de drie dagen dat ik hier was bracht ik voornamelijk met hem aan de telefoon door, zo verliefd was ik toen.
Anders dan mijn thuisstad Sao Paulo, begint de avond hier pas net. Iedereen die thuis is, is van plan om te gaan slapen. Ik zie een groep goedgeklede jongeren op de stoep, waarschijnlijk op weg naar een club. Een stelletje loopt hand in hand en een oude dame wandelt met haar hondje.
De chauffeur neemt de weg langs het strand en zelfs met de ramen dicht voel ik me ondergedompeld door de geur van de zee. Het is verbazingwekkend hoe krachtig de energie van de zee is. Mensen van alle leeftijden wandelen langs het water vergezeld door mensen die aan het joggen zijn of fietsen.
Een paar minuten later neemt hij een zijstraat en via een paar kleinere zijstraatjes arriveren we voor een groot gebouw met vier etages. Het gebouw is eigendom van het reclamebureau die de appartementen aan werknemers ter beschikking stelt. Naast een erg goed salaris bieden ze ook veel goede arbeidsvoorwaarden en een daarvan is het appartement.
“We zijn er mevrouw,” zei de chauffeur en ik pak geld om hem te betalen. Hij draait de auto en stapt uit om mijn bagage uit de kofferbak te halen.
Ik stap uit de auto met mijn tas in mijn hand.
“Alsjeblieft.” Ik geef hem het geld en dank hem voor de rit.
Ik controleer het adres om zeker te zijn dat ik op de goede locatie ben. Terwijl ik achterom kijk naar mijn koffer die ik achter me aan trek wil ik de deur openen, maar voor ik het door heb zwaait de deur al open en geraak ik uit evenwicht en val tegen de muur.
“O mijn God,” zeg ik terwijl ik met mijn vrije hand tegen de muur wil steunen, die stevig is, maar te zacht om een stenen muur te zijn. Langzaam kijk ik op en kijk ik tegen een behaarde borstkas aan en het strakke shirt toont de golven van zijn spieren die ik ook met mijn hand kan voelen. Langzaam verken ik het onbekende lichaam.
Zijn mannelijke geur zweeft om me heen op een manier die ik in jaren niet heb ervaren, hij brengt mijn maag in de knoop en de rillingen lopen langs mijn ruggengraat. Het is lang geleden dat ik me zo heb gevoeld, nog voor dat ik André begon te daten toen ik zestien was.
“Dit was niet de manier waarop ik je wilde verwelkomen,” zegt hij met een zware stem. Ik kijk verder omhoog, aangetrokken door de sensuele toon. Mijn ogen zien een sterk gevormde kin, kuiltjes in de wangen, volle lippen, rechte neus tot ze bij de ogen aankomen, die zo donker zijn dat ze me doen denken aan een lekkere chocolade reep waar ik in het verleden ook zo graag naar kon kijken.
Jezus, Maria, Jozef en de kameel.
Voor me staat de belichaming van mijn vrouwelijke dromen. Een jongen uit mijn jeugddromen - zelfs toen ik gek was op André, de idioot - en hij is veranderd in het meest knappe mannelijke wezen dat ik ooit heb gezien. Hij was iemand die vrouwen kon laten zuchten van verlangen, de droom van ieder meisje, het toppunt van charme, schoonheid, vriendelijkheid en intelligentie.
De koning van het bal, de aanvoerder van het voetbalteam. Destijds noemden we hem onze liefde. Vandaag, kan ik je vertellen, is hij de geüpdate liefde en een meer intense versie van de gast die iedereen wilde hebben. Om preciezer te zijn, de jongen waar ik gek op was en zo ook iedere andere vrouw bij ons in de stad.
Nog steeds tegen hem aan leunend en omgeven door zijn warme lichaam, doe ik mijn mond open en dicht. Ik lijk vergeten te zijn hoe te praten.
“Hmm, Tati, alles goed? Je wordt erg rood,” zegt hij terwijl hij me aankijkt. Ik knipper een paar keer met mijn ogen om uit de trance te komen.
“Eh… em… nou… ja,” stamel ik. Ik ben een idioot, echt een idioot.
De hand die me steunde gaat omhoog terwijl de andere op mijn rug op en neer gaat. Hij steekt een lok achter mijn oren en ik zucht.
“Weet je nog wie ik ben? Ik ben Pedro, we zaten samen op school,” zegt hij lachend. Alsof ik zou kunnen vergeten wie die engel was die op aarde was beland. Als ik een innerlijke godin had gehad, zoals Anastasia Steele in Fifty Shades of Grey, dan had ik kunnen zeggen dat de knoop in mijn maag die godin was die nu wentelingen maakte en salto’s van plezier. Maar in het echte leven heb ik niet zoiets poëtisch in me. Het enige wat ik kan zeggen is dat mijn vlinders aan het dartelen zijn van plezier in de nabijheid van die enorm knappe man.
“Eh… natuurlijk,” antwoord ik. Niet in staat te bewegen en blijkbaar weer een vijftien jaar oud meisje dat niet weet hoe ze moet praten in het bijzijn van degene op wie ze gek is. Goed, hij is een verliefdheid die niet overgaat, maar dit is te erg. Je bent een volwassen vrouw Tati, en...
“Ik vind het leuk je weer te zien en zo vast te houden, maar denk je niet dat we elkaar een keer los moeten laten? Wie weet wat de buurt denk dat we aan het doen zijn,” zegt hij lachend. Er verschijnt een kuiltje in zijn linker wang van zijn perfecte gezicht. Als het uiteindelijk tot me doordringt en ik pas goed begrijp wat hij zegt, bloos ik nog erger en maak ik me uit zijn armen los en wankel om mijn balans te vinden.
Als hij een stap achteruit neemt kan ik hem zelfs nog beter bekijken. Zei ik al dat hij knap was? Vergeet het. Hij was knap toen hij vijftien was. Dit gezicht kan mee doen in de wedstrijd voor de meest knappe man ter wereld en alle andere deelnemers zonder enige moeite verslaan. Toen we jonger waren was hij al zoveel langer dan mij, maar nu lijkt hij wel een reus vergeleken met mijn bescheiden 1.60 m. Als ik het goed inschat is hij minstens 1.90 m pure heerlijkheid met goed gebouwde spieren, maar niet te. Op het shirt staat een afbeelding van drie zombies die een man achter na zitten. Eronder staat een tekst : Zombies haten fastfood.
Ik lach zachtjes.
“Je bent helemaal niet veranderd,” zegt hij en steekt nog een lok achter mijn oor.
“Wat?” Godzijdank een normale zin. Nou, zoiets dan.
“Je bent zeker niet de tiener die ik kende, maar je manier van doen is...




